EMDR bij meervoudige en langdurige traumatisering


S
oms is er sprake van een veelheid aan psychische klachten, waaronder angst, stemmingsstoornissen, eetstoornissen, relatieproblemen en verslavingsproblematiek. Uit de anamnese blijkt emotionele of pedagogische verwaarlozing in de jeugd of een verleden met seksueel misbruik. Diagnostisch gezien kan er sprake zijn van pathologie variërend van een stemmingsstoornis tot (trekken) van een persoonlijkheidsstoornis. In het geval van seksueel misbruik in de jeugd wordt wel gesproken van complexe PTSS of 'Disorders of Extreme Stress, not otherwise specified' (DESNOS). Centraal in de pathologie is het extreem negatieve zelfbeeld van de persoon dat wordt gevoed door algemeen geldige en onvoorwaardelijke negatieve kernopvattingen, bijvoorbeeld "Ik ben zwak", "Ik ben niet de moeite waard", "Ik ben schuldig" of "Ik ben niets".
 
Voor de toepassing van EMDR is het essentieel de pathologie te begrijpen als voorkomend uit de gevolgen van een (groot) aantal zeer beschadigende ervaringen in het verleden. De 'conclusies' die de persoon uit deze betekenisvolle gebeurtenissen heeft getrokken geven voeding aan het uiterst negatieve zelfbeeld en geldt daarmee als het ware als bewijsvoering voor de geloofwaardigheid van de disfunctionele kernopvatting(en) (zie ook Ten Broeke & De Jongh, 1999; De Jongh & Ten Broeke, 2001). Invalshoek voor de EMDR behandeling is ook hier telkens een concrete herinnering, bijvoorbeeld een representatieve gebeurtenis waarbij de cliënt zich in de steek gelaten voelde, werd mishandeld of werd misbruikt. Interventies in het kader van complex trauma zijn echter niet te vergelijken met een behandeling in het kader van een ongecompliceerde PTSS. Dit onder andere in verband met het grote aantal targetherinneringen (bijvoorbeeld misbruikervaringen) die eerst zullen moeten worden doorgewerkt, alvorens een positieve, functionele kernopvatting ("Ik ben iemand", "Ik kan leren mijzelf de moeite waard te vinden" of zelfs "Ik ben de moeite waard") op bevredigende wijze kan worden geïnstalleerd (zie voor voorbeelden Ten Broeke & De Jongh, 1997; De Jongh & Ten Broeke, 2001). 

De behandeling van een ongecompliceerde PTSS zal relatief gemakkelijk met het EMDR basisprotocol kunnen worden uitgevoerd. Naarmate er meer sprake is van pathologie voorkomend uit disfunctionele kernopvattingen zal de behandeling niet zondermeer succesvol verlopen. De kans daarop is het grootst wanneer ook gebruik wordt gemaakt van aanvullende technieken en interventies die plaatsvinden in het kader van een gefaseerde behandeling (Van der Hart & Nijenhuis, 1999). Voorts zal de EMDR-therapeut gebruik moeten maken van een meer actieve vorm van EMDR. Onder andere door gebruik te maken van 'cognitive interweaves' (bijvoorbeeld Ten Broeke & De Jongh, 1999) en 'Resource Development and Installation' (RDI, Korn & Leeds, 2002; Klik hier voor het downloaden van dit wetenschappelijk artikel (PDF file) over de toepassing van RDI bij meervoudig en langdurig trauma).

Referenties
De Jongh, A. & Ten Broeke, E. (2001). De behandeling van persoonlijkheidspathologie met behulp van EMDR (pp. 140-150). In Psychotherapie vanuit het deficitmodel. R.E. Abraham & J. Graste (Red.), Van Gorcum: Assen.
Ten Broeke, A. & De Jongh, A. (1997). EMDR bij de behandeling van type II psychotrauma: een casus. Tijdschrift voor Psychiatrie, 39, 249-255.
Ten Broeke, E. & De Jongh, A. (1999). Eye Movement Desensitization and Reprocessing bij posttraumatische stress-stoornissen. In: P.G.H. Aarts en W.D. & Visser (Eds). Trauma: Diagnostiek en behandeling (pp. 321-338). Bohn Stafleu Van Loghum: Houten/Diegem. 
Van der Hart, O. & Nijenhuis, E. (1999). Fasengerichte behandeling van posttraumatische stress. In: P.G.H. Aarts en W.D. & Visser (Eds). Trauma: Diagnostiek en behandeling (pp. 245-256). Bohn Stafleu Van Loghum: Houten/Diegem.